Motieven tot geloof Zo, ik heb eindelijk mijn essay voor de cursus 'Inleiding in de Theologie', die ik volg aan de Tiltenberg, af! De opdracht was niet zo moeilijk, maar ik ben er dan toch op de een of andere manier weer behoorlijk lang mee bezig.. Maar goed, hij is af nu en ik vind het wel leuk om hem gelijk op mn website te plaatsen.

Hij is niet sterk uitgewerkt, maar dat kon ook niet, anders ging ik te ver over het maximum aantal woorden..
Motieven tot geloof
Geloof is een vreemd iets. Het is net als liefde moeilijk te grijpen of vast te leggen in formules. Ook kan het niet bestaan buiten mensen om. Het is de mens die gelooft, zijn vertrouwen heeft gesteld op een waarheid die niet aan te tonen is door deze mens buiten zichzelf en dus aan de ander. Geloof is daarom altijd een persoonlijke ontdekking van waarheid. De kerk spreekt hierbij over genade. Geloof als iets dat we niet vanuit onszelf kunnen beredeneren, als een conclusie die uit een rekensom volgt, maar als een gave die ons van hogerhand wordt gegeven. Daarnaast blijft geloof echter ook een menselijke daad, waarbij de mens met vrije wil - aangespoord door rationele, maar ook niet-rationele motieven - een keuze maakt tot ontvankelijkheid voor deze genade. Het zijn dus verschillende motieven die ons als eerst tot deze keuze tot geloof kunnen leiden. Maar wat zijn dan deze motieven?
Motieven van de kerk
Als we de Catechismus van de Katholieke Kerk (1) er eens op naslaan komen we bij artikel 156 verschillende motieven tegen, die als ‘uitwendige bewijzen van de openbaring van de Heilige Geest’ dienen. Als eerste worden de wonderen van Christus en de heiligen genoemd. Wonderen zijn gebeurtenissen die het verstand te boven gaan en zijn daarom in hun definitie al motieven voor mensen om te gaan geloven in een hogere kracht. De Bijbel spreekt over de vele wonderen die Jezus heeft gedaan in de tijd dat hij op aarde was. Deze wonderen leidden er toen al toe dat vele mensen tot geloof kwamen (zie Joh 2:23 en Joh 7:31). Maar na zijn dood hield het niet op. Jezus had al beloofd dat zijn volgelingen ook vele wonderen zouden laten zien (Mc 16:17). Dit lezen we deels nog in de bijbel, wanneer de apostelen na de dood van Jezus hun woorden met wonderen kracht bij zetten (bijv. Hand 3:6). Maar ook vele christenen na de apostelen hebben wonderen gedaan in de naam van Jezus, dit komt zelfs vandaag de dag nog voor.(2)
Als tweede worden de profetieën genoemd. Hiermee worden de profetieën bedoeld die in het oude testament zijn gedaan over de komst van de Messias, die allen zijn vervuld in het leven van Jezus. Dat dit vanaf het begin van de verkondiging al een sterk argument was om tot geloof te komen kunnen we zien in de evangeliën waarin regelmatig wordt gewezen op de vervulling van dergelijke profetieën (zie bijv. Mt 2:5). Het is leuk om te noemen dat de wiskundige Peter W. Stoner een keer de kans, dat slechts 8 profetieën (van de meer dan 300!) ook daadwerkelijk allemaal in het leven van een enkel persoon tot vervulling komen, bepaalde op 1 op de 10^28! (3)
Als laatste wordt de kerk als motief genoemd, waarbij wordt gewezen op haar verbreiding, heiligheid, vruchtbaarheid en stabiliteit. Het is inderdaad wonderlijk te noemen dat de kerk door de jaren heen, ondanks een grote geschiedenis van aanvallen en dwalingen, toch stabiel is gebleven in haar leer en daarnaast ook een grote verspreiding kent. Dit kan er van getuigen dat er meer aan de hand is dan menselijk handelen en duid op een werking van de Heilige Geest. Een vergelijkbaar voorbeeld van een dergelijk motief zou ooit zijn gegeven door Benjamin Disraeli, die toen koningin Victoria hem vroeg om een bewijs voor het bestaan van God, een moment nadacht en antwoordde: “De joden majesteit”. (4)
Motieven in de wereld van vandaag
Welke motieven spelen vandaag de dag eigenlijk een rol? Naar mijn idee ligt het er erg aan in welke mate mensen al gevorderd zijn in hun geloofstocht. Naar mijn idee is er namelijk geen sprake van een wel of niet geloven, maar van een serie van stappen die ieder persoon weer verder kunnen brengen in zijn geloof. De bovengenoemde motieven van de kerk kunnen zeker een rol spelen bij de al iets verder gevorderde katholiek en als extra ondersteuning voor zijn geloof fungeren. Ik zet er echter mijn vraagtekens bij of deze motieven ook mensen aanspreken die nog niet geloven. Bij het tweede motief is bijvoorbeeld voldoende Bijbelkennis vereist, wat niet vanzelfsprekend is bij een ongelovig persoon.
Een eerste stap in geloof is vaak het opgeven van het idee dat alles maar met toeval of kans is te verklaren. Naar mijn idee spelen wonderen hier vaak een grote rol in als niet-rationeel motief. Wonderen blijven in deze tijd ook veel mensen aanspreken en ieder persoon heeft in zijn leven wel meerdere wonderlijke dingen meegemaakt die hij of zij niet gelijk kan verklaren. Je hoort niet weinig de typische zinsnede ‘meer tussen hemel en aarde’. Daarnaast denk ik dat wonderen in de levens van anderen ook mensen erg kunnen aanspreken als geloofsmotief. Aangezien weinig mensen tegenwoordig nog een sterke verbinding hebben met het verleden, denk ik niet dat de wonderen van heiligen hierin een sterke rol spelen, maar bijzondere gebeurtenissen die in deze tijd gebeuren spreken naar mijn idee wel veel mensen aan. Zo kreeg het programma ‘wonderen’ een aantal jaar geleden bijvoorbeeld erg hoge kijkcijfers. Een ander voorbeeld is de sterk opkomende interesse in bijna-doodervaringen (zie bijv. het boek van Pim van Lommel: Eindeloos bewustzijn (5) ).
Een ander niet-rationeel motief dat naar mijn idee tegenwoordig een grote rol speelt is gevoel. Dit kan ook een sterk motief zijn voor mensen die wel al een Godsbesef hebben, maar waarbij het vervolgens de vraag is hoe hun weg dan leidt tot het christendom. De mens van tegenwoordig is erg ruim georiënteerd en kan ‘keuze maken’ uit een veel breder scala van geloven. Gevoel komt dan aan de orde in vragen als: waar voel ik mij het fijnste bij? Waar voel ik mij het meeste thuis?
Tegenwoordig is men denk ik minder gevoelig voor eenduidige rationele motieven voor het geloof. Er heerst onder ongelovige mensen toch vaak het idee dat geloof niet rationeel is en dat juist wetenschap wat rationaliteit betreft tegenwoordig de waarheid in pacht heeft. Sommige mensen slaan hier zelfs in door te stellen dat er in het geheel geen God kan zijn en dat geloof achterhaald is (zie bijv. het boek van Richard Dawkins: The God delusion (6) ). Voor deze mensen zou logica wellicht een sterk motiverende factor kunnen spelen, waarin je aantoont dat geloof niet te ontkennen is en het bovennatuurlijke niet te ontkrachten. Het is namelijk met logica aan te tonen dat de mogelijkheid van een God niet is uit te sluiten. Een ander argument is om te wijzen naar de vele miljoenen mensen die ondanks alles wat de tegenwoordige tijd aan logica en wetenschap biedt evengoed een sterk geloof bezitten, waaronder ook wetenschappers en intellectuelen (zo komen we toch nog terug op het door de catechismus genoemde argument van de kerk).
Toch denk ik dat het sterkste rationele motief, niet een eenduidig argument, maar antwoorden zijn van persoonlijke vragen. Veel mensen kunnen niet geloven omdat ze persoonlijk iets hebben meegemaakt, of met het verstand iets hebben bedacht, wat ze niet kunnen rijmen met het geloof in een God. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld: ‘Als er een God zou zijn, zou hij nooit hebben toegelaten dat mijn zoontje stierf’, of: ‘Als er één God was zouden er nooit zoveel verschillende geloven zijn’. Op dergelijke vragen zijn vanuit het christelijk geloof echter wel degelijk antwoorden te geven en het op een persoonlijke en gevoelige manier delen hiervan met de betreffende persoon kan voor mensen erg veel betekenen in het opnieuw openstaan voor geloof.
Persoonlijke motieven
Voor mij persoonlijk zijn het erg veel verschillende motieven die allemaal samen er toe hebben geleid dat ik het geloof heb behouden. Als niet-rationele motieven zijn dat de bijzondere momenten die ik in stilte en in de natuur heb ervaren, de ontroerende verhalen van de relatie tussen God en christenen en de wonderen die beschreven zijn. Daarnaast speelt mijn verlangen om alles wat er gebeurt in de wereld te kunnen verklaren een rol. Er gebeurt namelijk zo veel waar niet enkel wetenschappelijk een verklaring voor te geven is. Het christendom geeft mij rationeel de mogelijkheid om dit wel te doen. Maar bovenal speelt het intrinsieke verlangen om gekend te zijn. Het is vanuit het christendom vooral de liefde die mij heeft aangesproken, de onbaatzuchtige liefde van een persoonlijkheid die mij volledig kent en gewild heeft. Iemand waarbij ik geborgenheid vind, troost en kracht. En geen enkele ervaring heeft ooit het tegendeel aangetoond, in tegendeel. Gods liefde is altijd binnen handbereik gebleken. Na de keuze tot ontvankelijkheid volgt er alleen nog maar bevestiging.
Referenties
1 Catechismus van de Katholieke Kerk (1995), Gooi & Sticht, blz. 52
2 http://www.davidvandiepen.nl/index.php?hoofdmenu=Tof!&menu=Tekstjes&ID=548
3 Peter W. Stoner (1963), ‘Science Speaks’, blz. 100-110.
4 http://www.librarything.com/work/43006
5 Pim van Lommel (2007), ‘Eindeloos Bewustzijn’, Ten Have
6 Richard Dawkins (2007), ‘The god delusion’, Transworld Publishers Ltd
-David van Diepen 2009